Bijzondere leerstoel Rechtsgeschiedenis der Limburgse Territoria

Sinds 1989 kent de Maastrichtse universiteit de door LGOG ingestelde bijzondere leerstoel Rechtsgeschiedenis der Limburgse Territoria. Prof.mr. P.L. (Paul) Nève, LGOG-lid en destijds hoogleraar Romeins Recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, had hiertoe in 1986 de aanzet gegeven. Bij gebrek aan een specialist op het gebied van de regionale rechtsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Limburg gaf hij het bestuur van LGOG in overweging een bijzondere leerstoel Limburgse rechtsgeschiedenis in het leven te roepen: ‘Zo’n leerstoel zou ’n trait d’union kunnen vormen tussen de Rijksuniversiteit en het regionale historische bedrijf.’

Staatkundige versnippering

Het LGOG-bestuur omarmde het idee van prof. Nève onmiddellijk. In een brief aan het College van Bestuur van de universiteit pleitte het voor vestiging van de bijzondere leerstoel. Daarin wees het op het bijzondere karakter van de ‘Limburgse’ rechtsgeschiedenis, die in sterke mate afwijkt van die van de rest van Nederland. Staatkundige versnippering had hier geleid tot een zeer gecompliceerd netwerk van bestuurlijke en rechterlijke instellingen. Wetenschappelijke bestudering hiervan zou de universiteit ten goede komen, aldus het LGOG-bestuur: ‘Het ‘internationale’ van de Limburgse rechtsbronnen vormt een uitdaging voor de Universiteit Limburg, gevestigd in het centrum van de genoemde steden, waardoor een nauwe samenwerking met de universiteiten aldaar geboden is. Dit kan tot een extra opwaardering van de Rijksuniversiteit Limburg leiden. De verwachting is gerechtvaardigd dat de voortrekkersrol die een (bijzonder) hoogleraar kan vervullen een positieve uitwerking heeft op het wetenschappelijk onderzoek binnen de jonge rechtenfaculteit van de Universiteit Limburg.’

Stimulering onderzoek

Voorts sprak het bestuur de verwachting uit dat vestiging van de leerstoel het historisch onderzoek zou stimuleren en tot nieuwe inzichten zou leiden: ‘De uitstraling die dit alles, via publicaties en lezingen, heeft, ook op de amateuronderzoeker, leidt op haar beurt tot een beter begrip van de materie en tot activering van het onderzoek op deelgebieden in de locale geschiedenis. Het onderzoek naar de onderlinge verhoudingen van dichtbij elkaar gelegen, relatief kleine territoria met een afwijkende rechtsstructuur, kan leiden tot nieuwe inzichten op het gebied van de geschiedbeoefening in algemene zin.’

Benoeming

De universiteit toonde zich gevoelig voor de argumentatie van LGOG. Op 21 mei 1987 besloot de Universiteitsraad over te gaan tot vestiging van de leerstoel. Het LGOG-bestuur droeg mr. A.Fl. (Ton) Gehlen, notaris te Heerlen, voor als bijzonder hoogleraar. Hij werd op 1 maart 1989 benoemd. Drie maanden later volgde de officiële aanvaarding van zijn ambt, met de rede Als het ehebedde door de doot gebroocken wort. Een beknopte beschouwing over enige facetten van devolutierecht aan de hand van enkele oud-‘Limburgse’ rechtsoptekeningen.

Taakomschrijving

De leerstoel staat onder toezicht van een College van Toezicht. Het bestuur van LGOG benoemt de bijzonder hoogleraar voor onbepaalde tijd. Hoewel de hoogleraar slechts een dag per week aan de universiteit is verbonden, is z’n taakomschrijving niet bepaald beknopt:
- het verzorgen van keuzeonderwijs en het stimuleren van onderzoek op het gebied van de Limburgse territoria;
- het begeleiden van docenten en promovendi bij het geven van onderwijs en het verrichten van onderzoek op dit terrein;
- het onderhouden van contacten met onderzoekers in en buiten de regio die op dit terrein werkzaam zijn, met name in het verband van de Werkgroep Limburgse rechtsgeschiedenis;
- het adviseren van de universiteitsbibliotheek ter zake van ontsluiting en collectievorming op het vakgebied van de leerstoel;
- het plegen van overleg en het opbouwen van een vruchtbare samenwerking met hoogleraren werkzaam op aanverwante terreinen.

Continuïteit

Na negen jaar ging prof.mr. Gehlen in 1998 met emeritaat. Op 30 oktober van dat jaar hield hij zijn afscheidscollege, getiteld ‘In materie van appellatiën. Hoger beroep te Maastricht in de 16de-18de eeuw’. Dat hij een opvolger zou krijgen, stond buiten kijf. Zo heette het in 1997: ‘Van de instelling van de bijzondere leerstoel is een zodanig krachtige impuls uitgegaan op de beoefening van de Limburgse rechtsgeschiedenis, resulterend in een reeks van monografieën, bundels, artikelen en bronnenuitgaven, dat daardoor continuering van de bijzondere leerstoel gerechtvaardigd is.’  Voor die continuïteit zorgde en zorgt prof.dr. A.M.J.A. (Louis) Berkvens. Hij werd per 1 juni 1998 benoemd en aanvaardde zijn ambt in het openbaar op 24 september 1999 met het uitspreken van zijn inaugurele rede, getiteld A propos van de affaire Laurent Timmermans. Enkele beschouwingen over de hervorming van strafrecht en strafprocesrecht in Oostenrijks Opper-Gelre en de Zuidelijke Nederlanden in de tweede helft van de achttiende eeuw. Prof.dr. Berkvens vervult het ambt ook vandaag de dag nog.

Prof. Berkvens (links) bij de overhandiging van het eerste exemplaar van deel 20 van de serie Werken LGOG in april 2011 (foto © Desirée Duijkers)