Habetslezing 2011

Met een nieuw initiatief is het altijd afwachten hoe het valt. Zo ook met de Habetslezing, die LGOG op woensdag 8 juni voor de eerste keer organiseerde en die uit moet groeien tot een jaarlijkse traditie. Te oordelen naar de reacties van de aanwezigen is de Habetslezing een schot in de roos. Hetgeen natuurlijk in de eerste plaats de verdienste is van de lezinggever, Jona Lendering. De historicus (de man achter www.livius.org/) wist de 75 belangstellenden in hotel De l’Empereur in Maastricht ruim twee uur lang te boeien met een bij tijd en wijle prikkelend betoog. Dat begon voor de pauze met de stelling dat je antieke bronnen vooral niet al te letterlijk moet nemen. Lendering illustreerde dit aan de hand van een aantal Romeinse teksten met typeringen van landschap en bewoners van de Lage Landen. Het beeld dat hierin wordt opgeroepen contrasteert sterk met de landschappelijke feiten en ook met gegevens die we ontlenen aan archeologische vondsten. De conclusie van Lendering: veel Romeinse auteurs willen in de eerste plaats een spannend verhaal vertellen, dat bovendien het Romeins imperialisme moet rechtvaardigen. Daarbij helpt het bewust creëren van een tegenstelling tussen de beschaafde Romeinen en de barbaarse Germanen.

Na de pauze spitste Lendering zijn verhaal toe op de feiten en mythen rondom de Slag bij het Teutoburgerwoud. Ook toonde hij hoe die slag in later eeuwen telkens is aangegrepen om er een bepaald gedachtegoed op te projecteren. Terwijl het zeer de vraag is of die slag wel zo beslissend was als altijd is verondersteld. De beantwoording van die vraag (en vele andere) zou volgens Lendering een stuk eenvoudiger zijn als archeologen en historici niet zo langs elkaar heen werkten: onderzoekers zijn bedreven op hun eigen onderzoeksterrein, maar kijken te weinig over de grenzen van hun discipline heen. Hij pleitte voor meer ruimte voor wat hij ‘de praktische enthousiasteling’ noemde. 

En zo kwam helemaal aan het einde ook de man aan wie de lezing haar naam ontleent, Jos Habets, nog even om de hoek kijken. Want de priester, historicus, kerkgeschiedschrijver en archeoloog was volgens Lendering bij uitstek een praktische enthousiasteling die meerdere vakgebieden op verschillende niveaus beheerste.