Op deze website zullen in een later stadium LGOG leden, na inloggen, toegang krijgen tot extra informatie. Momenteel kunnen alleen AVL-leden inloggen. Nadat hiermee ervaring is opgedaan wordt over uitbreiding beslist.

Terugblik op de lezingen
Terugblik op bezoek aan Maastricht van de Heimat- und Geschichtsverein der Gemeinde Nörvenich e. V. op 4 september 2010
Op zaterdag 4 september hebben 51 leden van deze vereniging Maastricht ontdekt, dankzij een mooi programma dat verzorgd werd door onze kring. De ontvangst was in de Kanunnikenkelder van de Sint-Servaasbasiliek. Hier heeft onze voorzitter dr, T. Panhuysen kort de geschiedenis van Maastricht verteld, vooral aan de hand van de ontwikkeling van de stad van romeinse nederzetting tot wat Maastricht nu is. Daarna een rondleiding door de basiliek, verzorgd door de gidsen dr. T. Panhuysen en dr. R. de la Haye, met als bijzondere hoogtepunten een bezoek aan de oost-crypte en de keizerzaal. In de middag, met goed weer, is er een stadswandeling gemaakt, met twee groepen. Een groep onder leiding van dr. T. Panhuysen, die vooral het Jekerkwartier bezocht hebben. De tweede groep, met als gids drs. F. Hovens, bezocht het meer noordelijke gedeelte van het centrum met als hoogtepunten: Vrijthof, Dominicanerkerk en Markt. De afsluiting van deze zeer geslaagde dag: 'Ein Spitzentag in der Geschichte von unsere Verein' zoals de secretaris de heer J. Koop het verwoordde, vond plaats in de Derlonkelder, waar dr. T. Panhuysen een enthousiast verhaal hied over de tempel en het Jupiterheiligdom ter plekke. Wij hebben, als blijk van waardering voor de zeer geslaagde dag volgens onze gasten, een uitnodiging ontvangen voor een bezoek aan Nörvenich en omgeving.
Voor fotoreportage: klik hier
TERUGBLIK OP HET BEZOEK AAN TONGEREN OP 8 MEI 2010
(auteur: Titus Panhuysen, 15 mei 2010)
Twee jaar na ons bezoek aan de buren van Tongeren waren wij opnieuw te gast in onze voormalige hoofdstad van de oude Romeinse Civitas Tungrorum. Deze keer bezochten wij met 31 leden de vorig jaar geopende nieuwbouw van het Provinciale Gallo-Romeinse Museum, prachtig geïntegreerd in het hart van de oude stad en gelegen naast de monumentale OLV Basiliek, een nieuwe ‘mega’ investering van de provincie en de stad ten behoeve van cultuur en toerisme: Tongeren, oudste stad van België. De directe aanleiding voor het bezoek was de indrukwekkende tentoonstelling Ambiorix, koning van de Eburonen.
We werden allerhartelijkst verwelkomd door de directrice, mevrouw Carmen Willems, die ons verleidde ons in het museum thuis te voelen als in ons eigen museum. Och, arme Maastrichtenaren met onze prachtige historie, maar zonder plek waar we naar de rijke relicten kunnen kijken, zonder plek, waar we onze kinderen of bezoekers met trots ons verleden kunnen laten zien. Och, arme verweesde Maastrichtenaren! Carmen Willems nodigde ons uit dat haar museumhuis ook ons museumhuis zou kunnen zijn. Ze vroeg ons onze dromen en museumplannen grenzeloos te maken en in het kader van Maastricht Culturele Hoofdstad 2018 over onze eigen schaduw heen te stappen en ons Romeinse verleden naar Tongeren te brengen waar wij altijd een huis van welkom zullen vinden. Maastricht zou zich moeten concentreren op zijn vroegmiddeleeuwse schatten, Servaas incluis, die Tongeren toch de rug heeft toegekeerd. Aken rekent zich Karel de Grote en zijn epigonen toe, en Luik heeft het millennium van het Prins-Bisdom. Maar Maastricht, kan die stad wel de moed opbrengen om met daden Euregionaal te denken, de eigen schatten elders onder te brengen, zelf plannen te ontwikkelen en uit te voeren, die letterlijk grensverleggend zijn?
Vergezeld van zulke gedachten werden wij rondgeleid door twee uitstekende gidsen door de tentoonstelling. Wij leerden een cultureel landschap en maatschappelijke elites kennen van een veel hoger niveau dan velen van ons eerder veronderstelden van die prehistorische periode die aan de komst van de Romeinen voorafging. Het geïmporteerde bronzen vaatwerk uit de Etruskische wereld, de stukjes Grieks aardewerk, de gouden halsringen (torques), de van de Griekse wereld afgekeken gouden munten en bovenal het schitterende Keltische ornament. Teleurstellend was de afwezigheid op de tentoonstelling van de rijke muntschat van Amby, die eind 2008 ontdekt werd en korte tijd te zien is geweest in de Maastrichtse stadsbibliotheek. Teleurstellend was eigenlijk ook dat we toch weinig meer aan de weet zijn gekomen over Ambiorix en zijn Eburonen. Maar ja, daarover heeft Julius Caesar ooit zelf geschreven dat hij die stam volledig heeft uitgemoord en dat hij Ambiorix nooit meer heeft kunnen vinden. Wie weet, biedt onderzoek van het omwalde kamp van Caestert op de Sint Pietersberg daarop nieuwe perspectieven?
Fotoreportage van Jules Bonnet en Harry Paping: klik hier
TERUGBLIK op het HISTORISCH CAFÉ 9 op donderdagavond 22 april 2010 in SELEXYZ
Thema: Verzet en collaboratie in Maastricht tijdens de Tweede Wereldoorlog.
(auteur: Titus Panhuysen, 26 april 2010)
Alweer het negende Historisch Café, bedacht en voorbereid door Frans Roebroeks. Een boeiend onderwerp, waar meer dan zeventig belangstellenden op af zijn gekomen. Velen met kennis van of eigen herinneringen aan de meest ingrijpende periode uit de jongste geschiedenis (of uit hun leven).
Jac van den Boogard was tot ieders vreugde weer terug als boekbespreker. In een overzichtelijk en helder betoog, geïllustreerd met fraaie foto’s, liet hij vier boeken die recent zijn verschenen of zelfs op korte termijn zullen verschijnen en die met WO II te maken hebben de revue passeren:
1) deel 20 uit de reeks ‘De kleine geschiedenis van Limburg in 25 dagen’ (red. Frank Hovens); lees verder....
2) de aanstaande handelsversie van het proefschrift van Paul Bronzwaer, Maastricht en Luik bezet (presentatie op 2 mei 16 uur in Selexyz); lees verder ....
3) Keurkinderen van Paul van der Steen; lees verder …
4) Het Groot Verhalenboek met archiefsprokkels (red. Rolf Hackeng); lees verder ...
Zie voor de besprekingen de rubriek Opinie en Recensies.
Vervolgens deed Paul van der Steen in zijn column een boekje open over de goede daden van een Limburgse geestelijke in de afschuwelijke na-oorlogse levensperiode van een van Hitlers Keurkinderen. Lees de column van Paul van der Steen.
Na de pauze leidde Ernst Homburg de sprekers in en leidde na afloop van hun bijdragen de levendige discussie in goede banen. Achtereenvolgens kregen de aanwezigen van vier sprekers korte inleidingen of overzichten te horen die verschillende aspecten van de Duitse bezetting van Maastricht betroffen. Fred Cammaert gaf een gedetailleerd en toch bondig overzicht van het verzet van de Maastrichtenaren tegen de bezetter. Zijn complete verhaal: klik hier. Jo Morreau vertelde over de bijzondere vluchtroute door de gangenstelsels van de Pietersberg om neergeschoten piloten van de geallieerden in veiligheid en opnieuw in stelling te brengen. Dmitri Boutylkov belichtte de positie van de Joden in Maastricht en het grote percentage van 50% van de joodse gemeenschap die de oorlog niet overleefd had, maar ook de hulp die zijn geloofsgenoten van Maastrichtenaren ondervonden hadden om aan de dood te ontsnappen. Caspar Cillekens ten slotte presenteerde een uitstekend verhaal over de feilen van de na-oorlogse omgang met collaborateurs en vermeende collaborateurs en de valse rekeningen die toen vereffend werden. Ook zijn bijdrage kunt u in zijn geheel lezen, wanneer u doorklikt naar deze link.
Ook bij dit Historisch Café werden in de discussie en na afloop weer diverse persoonlijke verhalen naar voren gebracht die een bijzondere tint geven aan de geschiedschrijving van de recente geschiedenis van Maastricht.
Fotoreportage Jules Bonnet: klik hier.
TERUGBLIK op de jaarvergadering en de lezing van Miets Morreau over Slavante op 12 april 2010
(auteur Titus Panhuysen 19‐4‐2010)
Maandag 12 april, alweer het einde van het lezingenseizoen 2009/2010, maar nog niet het einde van de jaaractiviteiten van de Kring (zie de rubriek Activiteiten). Een goed bezochte jaarvergadering met ongeveer 70 aanwezigen, gevolgd door een nog veel beter bezochte lezing (130 aanwezigen) van Miets Morreau over de Geschiedenis van Casino Slavante. Het was tevens de laatste vergadering in De Beyart, waar wij na één lezing al niet meer welkom waren in de Kapel en vervolgens moesten uitwijken naar de kantine, waar helaas te weinig plaats is voor zoveel belangstellenden als bij de lezing van Miets. Vanaf oktober aanstaande wijken wij uit naar de ideale lokatie bij StayOkay, het voormalige Maaspaviljoen, aan de Maasboulevard bij de Kennedybrug. Lees verder......

TERUGBLIK op het Bezoek aan de buren in Visé op zaterdagmiddag 27 maart 2010
(auteur Ernst Homburg, 6-4-2010)
Op 27 maart organiseerde de Kring Maastricht een goed bezochte excursie naar Visé. Het maximale aantal van 75 was meer dan voltekend, zodat aan een aantal belangstellenden helaas ‘nee’ verkocht moest worden. Het aantrekkelijke programma was samengesteld door Jean-Pierre Lensen van onze zustervereniging ‘Société Royale Archéo-Historique de Visé et de sa région’ en, vooral, door Charles van Leeuwen, die op 1 maart ook reeds een interessante voordracht over de geschiedenis van Visé voor de Kring gehouden had.
We werden met koffie en Wezetse vruchtenwafels ontvangen in een van de lokalen van de 700 jaar oude Arbalétriers, de kruisboogschutters (de ‘blauwen’), opgericht in 1310. Zij hadden ook hun kleine, maar hoogwaardige, historische collectie opengesteld, waar onder andere een door de hertog van Alva geschonken zestiende-eeuwse kruisboog te bewonderen was. Vervolgens doorliepen drie groepen van 25 personen elk in wisselende volgorde hetzelfde programma, dat uit drie delen was opgebouwd. Een deel was de stadswandeling, geleid door Marylène Zecchinon, die ons uitgebreid vertelde over de verwoesting van Visé gedurende de Eerste Wereldoorlog. Twee weken na de eerste gevechtshandelingen op 4 augustus 1914 staken de Duitsers de stad in brand als afschrikwekkend voorbeeld en om het Belgische verzet te breken. De gotische collegiale kerk, het stadhuis in Maaslandse Renaissancestijl en bijna zeventig procent van de overige bebouwing gingen in vlammen op. Na de oorlog werd de stad in historische stijl herbouwd. Ze maakt een oude indruk, maar de vele gevelstenen met jaartallen als ‘1921’ vertellen het andere verhaal. Een paar kanunnikenhuizen bij de collegiale kerk bleven gespaard. In het parkje naast het stadhuis zijn het oorlogsmonument en een achttiende-eeuwse grenssteen te bewonderen. Een tweede deel van de middag omvatte een rondleiding door Charles van Leeuwen in de pas weer gerenoveerde collegiale kerk, waarbij de aandacht uiteraard vooral viel op het prachtige Romaanse reliekschrijn van Sint Hadelinus (1130-1150), dat in 1338 vanuit Celles naar Visé werd overgebracht. De zijpanelen geven scènes uit het leven van de heilige weer en de door hem verrichtte wonderen. Daarnaast is in de kerk ook een buste van Hadelinus uit 1654 te bewonderen die zijn schedel bevat. Charles voerde ons vervolgens naar het indrukwekkende gebouw van de Arquebusiers, de haakbusschutters (‘de roden’), een gilde dat in de zestiende eeuw werd opgericht om de stad te verdedigen. Zowel de ‘blauwen’ als de ‘roden’ tellen elk momenteel zo’n 700 leden – je wordt als ‘blauwe’ of als ‘rooie’ geboren en direct ingelijfd – hetgeen laat zien hoezeer de traditie in Visé nog leeft, hoewel de verenigingen tegenwoordig vooral een sociaal-maatschappelijke inhoud hebben. Ook de haakbusschutters hebben een mooie historische collectie en een indrukwekkende theaterzaal, net als de ‘blauwen’. We werden door twee voortreffelijk Nederlands sprekende gidsen rondgeleid, die vertelden dat de oorspronkelijke historische collectie, op één klein kannonnetje (of ‘grote haakbus’) na, in 1914 geheel verloren is gegaan, maar daarna weer is aangevuld met schenkingen en aankopen. Het derde onderdeel was het bezoek aan het Musée de Visé, geleid door Jean-Pierre Lensen. Dit museum bezit een grote collectie voorwerpen en documenten, waarvan maar een klein deel tentoon kan worden gesteld in de overvolle en te krappe kamers en zaaltjes. Meer dan de tijdelijke tentoonstelling van modelvoertuigen uit de Tweede Wereldoorlog boeiden de vele oude foto’s, kaarten, maquettes, kruisbeelden en wapens, die een beeld van de stad geven in vervlogen tijden.
De middag werd besloten met een gezellige en geanimeerde borrel in de zaal van de Arbalétriers, waar de voorzitter de organisatoren Jean-Pierre Lensen, Charles van Leeuwen en Ernst Homburg, de gidsen van de middag en de vrijwilligers achter de bar bedankte voor de interessante middag en de goede organisatie.
De fotoreportage van Jules Bonnet: klik hier.
Terugblik op de lezing op 1 maart 2010 van Charles van Leeuwen over Visé
LGOG-KRING MAASTRICHT : DE MAAND MAART IN HET TEKEN VAN VISÉ
Door Titus Panhuysen (voorzitter Historische Kring Maastricht LGOG)
(geschreven 2-3-2010, geplaatst 3-3-2010)
Op maandag 1 maart gaf Dr. Charles van Leeuwen (UM en inwoner van Visé) een buitengewoon boeiende lezing in woonzorgcentrum De Beyart voor 120 leden van de Historische Kring Maastricht van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap. Het ging over Visé, het grensstadje achter Eijsden en op weg naar Luik, dat te gemakkelijk voorbij gereden wordt en zelfs de Maastrichtenaar te onbekend is. Eén van de doelen van de Historische Kring Maastricht is ‘over de muren van Maastricht’ te kijken en de – internationale – omgeving van de stad beter te leren kennen. Activiteiten zijn daarom ook niet uitsluitend gericht op kennisverwerving van de geschiedenis van de eigen stad, maar ook op de grotere samenhang, regionaal en euregionaal, in dit geval op de geschiedenis van een stad, zo dichtbij, zo veraf. Elk jaar wordt, meestal in maart, een lezing georganiseerd over een historisch interessante plaats in de omgeving, die dan gevolgd wordt door een ‘bezoek aan de buren’, een zaterdagmiddagexcursie naar de nabijgelegen stad of dorp waar de leden van de Maastrichtse vereniging ontvangen worden door de leden van de zustervereniging en/of door lokale deskundigen. Zo zijn er in de voorbije jaren bezoeken gebracht aan Sittard, Tongeren, Meerssen, Veldwezelt en Gronsveld en staan er bezoeken op het programma aan onder andere Aken en Luik. Het enthousiasme van de leden voor dit soort excursies is groot gebleken. Ook deze maand gaan de Maastrichtenaren weer op pad, op zaterdag 27 maart, naar Visé, waar de Kring ontvangen wordt door Jean-Pierre Lensen van de Société Royale Archéo-Historique de Visé et sa Région in het Musée des Arbalétriers, waarna een stadswandeling wordt gemaakt en vervolgens het Musée de Visé, de Collégiale en het Musée des Anciens Arquebusiers zullen worden bezocht. Lees verder: klik hier.
Terugblik op de lezing op 1 februari 2010 van Marjet van de Weerd over de Pleisterbeelden van de Academie Beeldende Kunsten Maastricht en het bezoek aan de Academie op 8 februari 2010: klik hier.
(auteur: Titus Panhuysen, 15-2-2010, geplaatst 20-2-2010)
Nieuwjaaarstoespraak van de voorzitter Titus Panhuysen op maandag 4 januari 2010: klik hier.
Terugblik op lezing Chris Dols op 4 januari 2010 met als titel: Ten strijde tegen Koning Alcohol! Katholieke drankbestrijding in Limburg, 1897-1945.
(auteur Titus Panhuysen, geplaatst 17-1-2010)
Maandagavond 4 januari 2010: net als vorig jaar weer echt winter, koud en de straten verborgen onder een dik pak sneeuw. Voor de eerste keer komen we samen aan de Brusselsestraat 38, in het complex van De Beyart, in de tot lezingenzaal omgetoverde kapel. Als gebruikelijk op de eerste maandagavond van het jaar beginnen we eerder – al om half acht – met een gezellige borrel in de welkomsthal van het gebouw, goed verzorgd met dranken en hapjes, en … lekker warm. Ook de zaal blijkt lekker warm te zijn, de opstelling van de knusse stoelen is goed, niemand zit te ver weg van de spreker. Het is in één woord: aangenaam. Gelukkig wordt de avond ook goed bezocht, ondanks het barre winterweer. Het zou wel eens een gouden greep kunnen zijn om voortaan hier midden in de stad onze lezingen te houden.
Na de nieuwjaarsboodschap van de voorzitter (link) kon Chris Dols – iets later dan gebruikelijk – beginnen aan zijn verhaal, een jonge spreker, telg uit een roemrijke Maastrichtse familie: grootvader raadslid Toon Dols, vader amateur-archeoloog en classicus Bèr Dols. Een avond lang boeide deze jonge spreker ons met een cultuurhistorische beschrijving van iets wat de ouderen zich nog heel goed konden herinneren: het bijbrengen van normen en waarden op basis van het katholieke geloof met hulp van zondebesef, engelen en duivels. Het hielp een eeuw geleden nog bij de bestrijding van het alcoholisme, dat hele groepen aan de onderkant van de industriële samenleving van eind negentiende/begin twintigste eeuw terroriseerde. Het verhaal van Chris Dols aanhorend kun je je afvragen of de methode van toen in de hedendaagse maatschappij nog effect zou hebben bij de bestrijding van comazuipen en drugs? Tijden zijn volledig veranderd, enerzijds gelukkig, anderzijds zijn we ook veel kwijtgeraakt. In de Publications Jaarboek 2008 is het artikel opgenomen van Chris Dols: Dwing'land Alcohol. Een discours-analyse van katholieke drankweerpropaganda in Limburg.
Terugblik op Familiemiddag 28 december 2009 in Geulhem en Houthem St. Gerlach
(auteur Frank Hovens, geplaatst 15-1-2010)
Maandag 28 december, een stemmig-sombere winterdag, vond alweer de derde Familiemiddag plaats. Zestig deelnemers, onder wie elf kinderen – de doelgroep van deze activiteit – , kwamen bij elkaar in het sfeervolle Vue des Montagnes in Geulhem. Onder het genot van koffie en vla werd het gezelschap door de heer Willem Boersma, bestuurslid van de heemkundevereniging Houthem-St. Gerlach (http://www.houthem.info/), in grote lijnen de geschiedenis van Geulhem en Houthem-St. Gerlach ontvouwd. Met deze intellectuele bagage toog de groep naar de excursieplekken. In Geulhem leidde de heer Frans Bergsteyn (http://www.rotswoning.nl/) het gezelschap rond door een deel van de groeve, dat in het begin van de Franse Tijd (1794-1814) werd ingericht als schuilkerk. Onder het revolutionaire bewind van de Fransen moesten priesters die de eed van trouw aan de Franse Republiek en de eed van haat aan het koningschap weigerden af te leggen, onderduiken. In Geulhem en Valkenburg werden de missen letterlijk ondergronds gehouden. Daarvan getuigen nu nog de unieke schuilkerken. In Geulhem is een deel van het gangenstelsel tevens ingericht als grotwoning, die tot in de twintigste eeuw bewoond was.
De andere ‘lieu de mémoire’ van de excursie betrof de kerk van Sint Gerlach en haar schatkamer (http://www.st-gerlach.nl/). De barokke kerk uit ca. 1725 werd in 1751 door de Zuid-Duitse schilder Johann Adam Schöpf gedecoreerd met muur- en gewelffresco’s. De heer Boersma lichtte het bijzondere leven van de H. Gerlachus toe aan de hand van de muurfresco’s. De heer Piet Mertens, onder wiens leiding ruim tien jaar geleden het landgoed Sint Gerlach is gerestaureerd en van wiens adviezen bij de meest recente restauratie en herinrichting van de kerk dankbaar gebruik is gemaakt, deelde zijn expertise met de belangstellenden. Beide restauraties werden uitgevoerd door onze sponsor Bouwbedrijf Coppes BV. Voor velen was de recent ingerichte schatkamer een eerste kennismaking met het rijke roerend erfgoed van de kerk.
De middag werd afgesloten met een drankje in Vue des Montagnes. Kinderen èn volwassenen hadden veel opgestoken. En ook al zal van alle informatie bij de kinderen lang niet alles blijven ‘hangen’, Geulhem en St. Gerlach hebben zich als ‘plaatsen van herinnering’ vast en zeker in hun kopjes genesteld.


Foto's van Jules Bonnet: zie hier
TERUGBLIK OP DE LEZING VAN Harry Knipschild (7 dec. 2009):
“Ed van Kan (1873-1929), een Maastrichtse missionaris die de Bokseropstand overleefde”.
(auteur T. Panhuysen, geplaatst 3-1-2010)
De laatste lezing in het Bonnefantencollege zal ons heugen: oud-Maastrichtenaar Harry Knipschild vergastte ons op een ongelooflijk enthousiast en boeiend verhaal over het China van midden negentiende eeuw, de pogingen van de Europese mogendheden om greep te krijgen op dat enorme afzetgebied, hun koloniale gedragingen en onder hun parapluie, de weinig verheffende rol die de westerse missionarissen er speelden. In 2007 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker het boek van de spreker: “Soldaten van God, Nederlandse en Belgische missionarissen op missie in China in de negentiende eeuw”, waarop hij in dat jaar tot doctor gepromoveerd was en dat ook nog eens genomineerd werd voor de grote geschiedenisprijs 2008. De Kring Maastricht kreeg natuurlijk ook iets te horen over een van de eigen zonen die naar China was uitgezonden, toevallig enkele maanden vóór de Bokseropstand van 1900. In zijn boek wordt de jonge missionaris Ed van Kan op bladzijde 297 slechts even ten tonele gevoerd als een van de acht bewapende priesters en bewoners van het missiekamp Klein Brugge. In de lezing werden wij via onze held, van wie we eigenlijk behalve uit een enkele brief weinig weten, ingeleid in een van de merkwaardigste en onbekendste hoofdstukken van een voorbije geloofsijver, die weliswaar nobele christelijke doelen nastreefde, maar tegenwoordig toch fundamentalistisch overkomt en tegelijk als een instrument fungeerde van voorbije imperia.
Het vuur van de spreker was nauwelijks te blussen, zijn feitenkennis was overrompelend, de anekdotes waren heel illustratief. Een lezing die bij elke LGOG-kring, vanuit een eigen invalshoek of lokale missionaris, hoog op het verlanglijstje zou moeten staan, want in China zaten heel wat meer missionarissen uit Limburg.
TERUGBLIK OP HET HISTORISCH CAFÉ 7, 19 november 2009
Over onze omgang met het roerend erfgoed in Maastricht
De organisatoren hadden best wel met spanning uitgezien naar deze avond. Immers de kwestie hoe in Maastricht wordt of moet worden omgegaan met boeken, archeologica, meubels, instrumenten, prenten enz. is een heet hangijzer geworden sedert de stad in 2003 gekozen heeft voor digitale ontsluiting van het verleden, omlijst met verhalen, in een website (Zicht-Op-Maastricht), kaderend binnen het begrip “Culturele Biografie”. Niets mis met die innovatieve aanpak van de gemeente, maar mogelijk te weinig om de gebruiker van het roerende erfgoed, het kind, de scholier, de student, de vakman, de inwoner, de bezoeker enz. goed te bedienen, zeker wanneer je als stad de ambitie hebt ooit cultuurhoofdstad van Europa te worden. Dus werden vier mensen ‘die er verstand van hebben’ uitgenodigd om hun visie te geven en onder leiding van ‘spraakmaker’ Jacques Giesen met elkaar en met het publiek in debat te gaan. Eric Wetzels, directeur van Centre Céramique en Natuurhistorisch Museum, die voor een deel namens de wethouder het bestaande beleid naar voren bracht en een overzicht bood van wat Maastricht te bieden heeft. Jacques van Rensch, die de verlangde dienstbaarheid van de moderne archivaris schilderde en wat daardoor wel eens tussen wal en schip kan geraken. Pieter Caljé, die zijn best deed het spoor van de gebruiker te vinden en wat die nu zoal zou kunnen verlangen van overheden die voor dat roerende erfgoed moeten zorgen; door zijn betrokkenheid bij de Culturele Biografie kwam hij vaak dáár weer bij uit, hoewel duidelijk werd dat de invulling van de Culturele Biografie mank gaat ten overstaan van de doelstellingen: de facilitering blijft achter, er zijn immers geen centraal depot, geen tentoonstellingshal, geen technische en professionele ondersteuning. Mevrouw Antoinette Gerhartl-Witteveen, die in Nijmegen in 1999 Museum Het Valkhof gerealiseerd heeft, een museum dat zich met groot succes geprofileerd heeft langs de traditionele lijnen archeologie – geschiedenis – moderne kunst, vroeg zich hardop af hoe het mogelijk is dat Maastricht zijn ambities wil waarmaken zonder eigen museum.
De column van Paul van der Steen, die aan het begin van de avond werd uitgesproken, bevatte eigenlijk alle elementen van de avond. Zelf wordt hij vooral geboeid door de nabijheid en de tastbaarheid van voorwerpen die hun verhaal vertellen. Maastricht verwaarloos uw roerende erfgoed niet, was zijn boodschap. De voorzitter van de Kring had bij zijn openingswoord slechts één zinsnede gebezigd: om verder te komen moet in Maastricht het taboe op het M-woord - museum - van tafel.
De discussie, waaraan door het betrokken publiek zeer enthousiast werd deelgenomen, liep langs drie lijnen:
1) willen de Maastrichtenaren een museum, ja of nee?
2) Hoe bereiken we de politiek en de maatschappij om ideeën en initiatieven te verwezenlijken?
3) Kunnen we voor dit onderwerp samenwerken met onze partners in de Euregio, Tongeren, Luik, Aken, Heerlen, Hasselt?
De conclusies waren duidelijk: ja, wij willen een museum in Maastricht, of, ten minste een expositiehal (met centraal depot) en plaatsgebonden detailtentoonstellingen (à la Museum Derlon). Ja, wij moeten de politiek bewerken en door publieksgerichte activiteiten (zoals in het kader van de Culturele Biografie) maatschappelijk draagvlak verwerven. En ja, wij moeten niet blijven hangen binnen lokaalchauvinisme en allianties aangaan die Maastricht zijn plaats geven binnen de kaders van het oude en moderne cultuurhistorische landschap van Tongeren – Luik – Aken, Land zonder Grenzen, een van de kernlandschappen in de wording van Europa met meer gemeenschappelijkheden dan verschillen.
Het zou aanbeveling verdienen om op basis van deze conclusies, wellicht met een voortrekkersrol voor LGOG, een werkgroep in het leven te roepen die een vervolg kan geven aan de vruchtbare discussie van dit Historisch Café. Geïnteresseerden kunnen zich opgeven bij het bestuur van de Historische Kring Maastricht LGOG: lgogmaastricht@gmail.com
Het bestuur (24 november 2009)


De column van Paul van der Steen, zie hier
Voor een volledig verslag van de avond door Frank Hovens, zie hier
Voor het verslag in de Limburger van Caspar Cillekens: zie hier
Foto's Jules Bonnet: zie hier
TERUGBLIK OP DE LEZING VAN DR. LOU SPRONCK
“De wisselingen van het lot: Maastricht 1827-1831”.
(auteur T. Panhuysen, geplaatst 22-11-2009)
Maandag 2 november werd een goed gevulde zaal (115 aanwezigen) door oud-voorzitter en oud-leraar Lou Spronck, onlangs tot doctor gepromoveerd aan de Maastrichtse universiteit, onderricht over een buitengewoon interessante maar slecht bekende periode van de moderne geschiedenis van Maastricht: de vooravond van de Belgische afscheiding. Een periode waarin de stad behoorlijk wat intellectuele potentie ontwikkelde op de scheidslijn tussen Nederlands- en Franstaligheid (n.b. interessante discussie na floop met Paul Wijnands!). Het gehoor hing aan zijn lippen, zo boeiend en meeslepend spreken als Lou is maar weinigen gegeven. Toch werd de ondersteuning van zijn verhaal door lichtbeelden node gemist, immers zij kunnen helpen de rode draad vast te houden, een tekst mee te lezen, of een beeld in de herinnering te roepen. Nu rest er voor ieder die niet alleen in de schrijver Theodoor Weustenraad en zijn “Percessie” geïnteresseerd is, maar ook in de historische context het prachtige boek van Lou: “Theodoor Weustenraad (1805-1849) en de ‘Percessie van Scherpenheuvel’ “, Maaslandse Monografieën 72 (Maastricht 2009).
Terugblik op de lezing van prof.dr. J.D. Janssens over 'Het Maasland: een indrukwekkende bloei tijdens de Renaissance van de twaalfde eeuw'
(auteur L. Jacobs, geplaatst 26-10-2009)
Maandag 5 october j.l. vond de eerste lezing van het nieuwe seizoen plaats . Spreker was Dr. J. Janssens, emeritus hoogleraar Cultuurgeschiedenis en Geschiedenis van de Middeleeuwse, Nederlandse en Europese literatuur aan de Katholieke Universiteit Brussel. Zijn voordracht had als titel : “ Het Maasland : een indrukwekkende bloei tijdens de Renaissance van de twaalfde eeuw “. Op indringende en meeslepende wijze heeft hij het gehoor van ongeveer 100 personen laten zien, dat van de Maaslandse cultuur in het buitenland nog de nodige, bij velen onbekende objecten aanwezig zijn. Zo liet hij een 13e eeuws getijdenboek met liefdesscènes zien, dat zich onder de naam van ‘ the Maastricht Hours ‘ in de British Library bevindt. Met details uit dit en andere manuscripten, het retabel van Stavelot, het borstbeeld van Godefridus van Hoei, en Cicero’s ‘ De officiis ‘, toonde hij ook aan, dat in de twaalfde eeuw in het Maasland in ieder geval geen sprake was van de ‘ Donkere Middeleeuwen ‘, maar dat de kunstnijverheid er op een hoog niveau stond en kennis van de Romeinse beschaving bewust gebruikt werd om de eigentijdse beschaving verder te ontwikkelen. De dia’s die Dr. Janssens gebruikt heeft om zijn betoog te ondersteunen zijn door hem aan onze Kring ter beschikking gesteld (zie link hieronder)
Dr. Janssens is een spreker, die de moeite waard is om nog eens uit te nodigen. Voor degenen, die hierop niet willen wachten, kan het nuttig zijn te weten, dat Dr. Janssens ook verbonden is aan de ‘ Universiteit Vrije Tijd ‘ van het Davidsfonds in België en dat hij op 27 october in Genk een cursus start “ De Middeleeuwen zijn anders. Over monsters, mystiekers en misverstanden. “
De dia's van de lezing zijn beschikbaar gesteld door prof.dr. J.D. Janssens: klik hier
Tevens zijn de volgende dia's ook beschikbaar gesteld: klik hier